Dienstverband langdurig zieke werknemer. Laten slapen of niet?

PriscillaTrip 5 april 2019 door Priscilla Trip

Daar is nog geen ‘ja’ of ‘nee’ op te antwoorden. Heeft u hiermee te maken, dan kunnen wij u helpen de juiste afwegingen te maken om tot een voor u passende keuze te komen. We nemen u daarvoor graag mee in wat de wet zegt en wat actuele ontwikkelingen in de rechtspraak zijn.

In de afgelopen jaren is er veel te doen geweest over de verplichting tot betaling van een transitievergoeding, bij beëindiging van een dienstverband met langdurig zieke werknemers. In de WWZ is daarvoor namelijk geen uitzondering opgenomen. De werkgever heeft in zo’n situatie al twee jaar lang loon doorbetaald en vindt het vaak onredelijk dat hij ook nog een transitievergoeding moet betalen.

Wat zegt de wet?

In de praktijk kwam het daardoor regelmatig voor dat werkgevers het dienstverband met hun langdurig zieke werknemers ‘slapend’ hielden om zo geen transitievergoeding te hoeven betalen. Meerdere werknemers hebben geprobeerd via de rechter alsnog een beëindiging van hun dienstverband en daarmee betaling van een transitievergoeding te bewerkstelligen, maar die kregen tot voor kort vaak nul op het rekest. Dit omdat in de wet nu eenmaal geen ontslagverplichting voor de werkgever is opgenomen in situaties als deze. De Wet Compensatie Transitievergoeding (Wct) biedt een oplossing voor deze praktijk door werkgevers de mogelijkheid te bieden om de betaalde transitievergoeding terug te vorderen in geval van een beëindiging van het dienstverband met een (langdurig) zieke werknemer. Dit geldt ook voor in het verleden betaalde transitievergoedingen (vanaf 1 juli 2015). Echter, nog los van het feit dat nog niet alle ins en outs rond de uitvoering van de Wct al bekend zijn, (zie hiervoor onze Whitepaper: Wet Compensatie Transitievergoeding: FACTS & FAQ, geldt dat de Wct pas per 1 april 2020 in werking treedt en dat werkgevers tot dat moment een te betalen transitievergoeding dus nog steeds moeten “voorschieten”.

Actuele uitspraken

We zien nu in de rechtspraak enkele uitspraken voorbij komen, waarin op de komende wetgeving wordt voorgesorteerd. Zo heeft op 27 december 2018 het Scheidsgerecht Gezondheidszorg een werkgever (dit betrof een ziekenhuis) verplicht om het slapende dienstverband van een ernstig en langdurig zieke werknemer op te zeggen, onder toezegging van betaling van de transitievergoeding (zie link: uitspraak Scheidsgerecht Gezondheidszorg en zeer recent, op 28 maart 2019 heeft de Rechtbank Den Haag een vergelijkbaar vonnis gewezen (zie link: uitspraak Rechtbank Den Haag). Daarbij werd aangehaakt bij het goed werkgeverschap als grondslag voor deze verplichting in samenhang met de op handen zijnde compensatieregeling uit hoofde van de Wct.

Zowel in de uitspraak van het Scheidsgerecht, als in die van de Rechtbank Den Haag speelden bijzondere omstandigheden een rol, waaronder bijvoorbeeld het gegeven dat in beide zaken de betrokken werknemer ernstig ziek was zonder enige kans op herstel, waarbij ook al een IVA-uitkering was toegekend door het UWV. Verder speelde bij beide zaken een rol dat de werkgever geen zwaarwegende argumenten kon benoemen waarom in dit specifieke geval het belang van werkgever bij het slapend houden van het dienstverband zwaarder zou moeten wegen dan het evident aanwezige belang van de werknemer bij beëindiging van het dienstverband en betaling van de transitievergoeding.

Rechtspraak verdeeld

De Rechtbank Den Haag heeft in haar overwegingen overigens aangegeven dat de vraag of het in stand laten van een slapend dienstverband in strijd is met goed werkgeverschap, afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Kortom, het is niet gezegd dat langdurig zieke werknemers vanaf nu altijd succes zullen hebben als zij via een rechter beëindiging van hun arbeidsovereenkomst onder betaling van een transitievergoeding trachten te bewerkstelligen. De rechtspraak is bovendien sterk verdeeld. Zo heeft de Kantonrechter Almelo (Rechtbank Overijssel) op 21 maart jl. in een vergelijkbare kwestie als speelde bij de Rechtbank Den Haag (ook hier was sprake van een werknemer met een IVA-uitkering, zonder uitzicht op herstel) de door werknemer verzochte beëindiging van het dienstverband onder toekenning van de transitievergoeding niet gehonoreerd, met als overweging dat de Wct nog niet in werking is getreden en een werkgever niet op voorhand al kan worden gedwongen om mogelijk zeer aanzienlijke transitievergoedingen voor te financieren, zonder dat vaststaat wanneer zij daarvoor geheel of gedeeltelijk via het UWV wordt gecompenseerd (zie doorlink: Uitspraak Rechtbank Overijssel). Ook de Kantonrechter Maastricht (Rechtbank Limburg) wees op 4 april 2019 een dergelijke vordering van werknemer af (zie doorlink: Uitspraak Rechtbank Limburg).

Kortom, voer voor discussie en zeker de moeite waard om eens over van gedachten te wisselen met één van onze specialisten als u dit als werkgever bij de hand hebt. Bel of mail ons daarover dus gerust!