Recht op gelijkwaardige opvoeding: recht op 50-50 Co-ouderschap?

BaukelienVanRiel 15 november 2015 door Bauke Lien van Riel

Een kind over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, behoudt na het uit elkaar gaan van de ouders, recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders.

Als ouders het niet eens worden over de zorgregeling na het uit elkaar gaan, is het echter niet zo dat voornoemd recht van een kind ertoe leidt dat sprake zal zijn van een “verplicht” 50-50 co-ouderschap en hiermee ook een recht voor een ouder/ouders.

In de praktijk trachten met name vaders dit wel te claimen als moeders niet mee willen werken aan een regeling waarbij het kind (ongeveer) even veel bij vader als moeder is na het uit elkaar gaan.

De rechter kijkt bij de vraag welke zorgregeling het best is, naar de belangen van het kind en de concrete situatie. Relevant zijn bijvoorbeeld de volgende vragen: wie zorgde tot het uiteengaan (het meest) voor het kind, welke ouder werkt meer uren per week, hebben beide ouders een geschikte woning na het uit elkaar gaan, in welke plaats wonen en werken de ouders, waar heeft het kind het sociale leven (school, sporten, vriendjes), wat wil het kind zelf (mits oud genoeg om gehoord te worden)?

In de praktijk werken moeders veelal minder dan vaders en dat zie je terug in de zorgregelingen na het uit elkaar gaan; hier komt ook de misvatting vandaan dat moeders sowieso sterker staan dan vaders na de echtscheiding als het om de kinderen gaat.