Versterking bodem(voor)recht; moet u nu actie ondernemen?

Als onderdeel van het Belastingplan 2013 is per 1 januari 2013 een nieuw artikel (22bis) aan de Invorderingswet toegevoegd. Deze wijziging moet een einde maken aan (verhuur)constructies die met name door banken worden toegepast, waardoor de fiscus volgens de overheid te vaak achter het net vist. De wijziging zal volgens het ministerie van financiën tot een verwachte (bruto) opbrengst leiden van € 150.000.000,-. De bepaling heeft echter niet alleen gevolgen voor banken en crediteuren met een pandrecht, maar ook voor leasemaatschappijen, huurverkopers, leveranciers onder eigendomsvoorbehoud en waarschijnlijk ook voor bepaalde beslagleggers.

De regeling heeft pas per 1 april a.s. volledige werking; wellicht is het verstandig voor u om vóór die tijd actie te ondernemen.

Bodem(voor)recht fiscus

Al sinds 1845 heeft de fiscus een verhaalsrecht op bepaalde zaken die zich op de ‘bodem’ van een belastingschuldige bevinden, ongeacht wie de eigenaar van die zaken is.  Deze ‘bodemzaken’ zijn kortweg inventariszaken (tafels, stoelen, machines, computers, etc). Voertuigen en voorraden, maar ook bijvoorbeeld showroommodellen, vallen hier niet onder.

Dit bodemrecht houdt in dat de fiscus zich kan verhalen op bodemzaken die eigendom zijn van derden,  indien de reële eigendom van die zaken bij de belastingschuldige ligt. Denk daarbij aan financial lease, huurkoop en zaken die geleverd zijn onder eigendomsvoorbehoud.

De fiscus heeft daarnaast een voorrecht op de bodemzaken die eigendom zijn van de belastingschuldige zelf. Dit bodemvoorrecht gaat voor op de bezitloze pandrechten van de bank/pandhouder op de bodemzaken.

In de praktijk waren pandhouders en leveranciers met een eigendomsvoorbehoud de fiscus vaak te snel af, door de bodemzaken in vuistpand te nemen of terug te nemen wanneer een ondernemer in betalingsproblemen raakte.

Nieuwe regeling

Met de per 1 januari 2013 ingevoerde regeling wil de overheid voorkomen dat de fiscus op die manier achter het net vist. Het nieuwe artikel 22bis Invorderingswet legt een meldingsplicht op de pandhouder of derdeeigenaar die recht heeft op een bodemzaak. Via een formulier op de website van de belastingdienst  moet deze melding worden gedaan, waarna men vier weken de reactie van de fiscus heeft af te wachten . De fiscus heeft in die vierwekenperiode de gelegenheid om zijn rechten uit te oefenen, bijvoorbeeld door het leggen van (bodem)beslag.

Nadat deze vier weken zijn verstreken, of nadat de fiscus heeft meegedeeld dat hij geen beslag zal leggen, heeft de pandhouder of derdeeigenaar vier weken de tijd om zijn rechten uit te oefenen (door de bodemzaken in vuistpand te nemen of terug te nemen).

Als de pandhouder of derdeeigenaar geen melding doet, of binnen de wachttermijn toch zijn rechten uitoefent, is de sanctie dat de pandhouder of derde eigenaar de executiewaarde van de betreffende zaken aan de fiscus moet voldoen (tot maximaal het bedrag van de belastingschulden).

Van belang is nog dat de meldingsplicht niet geldt als de waarde van de bodemzaken onder de drempel van € 10.000,- blijft. Ook vervangingsaankopen (en overige handelingen die plaatsvinden in de normale uitoefening van het bedrijf of beroep van de belastingschuldige) hoeven niet gemeld te worden.

Onduidelijkheden

De formulering in art. 22bis Invorderingswet (‘houders van pandrechten en overige derden die geheel of gedeeltelijk recht hebben op een bodemzaak, zijn gehouden de ontvanger mededeling te doen van (…) het voornemen enigerlei andere handeling te verrichten of te laten verrichten waardoor die zaak niet meer kwalificeert als bodemzaak’) blinkt niet uit in helderheid maar heeft mogelijk ook een groter bereik dan onder ogen is gezien. Een conservatoir beslag op bodemzaken, waarbij gerechtelijke bewaring wordt gevorderd, of een executoriaal beslag, lijkt hier namelijk ook onder te vallen. Een dergelijk beslag zou in dat geval ook gemeld moeten worden, waarna men eerst vier weken moet stilzitten.

Het ministerie van financiën is op dit moment bezig met het opstellen van nadere beleidsregels. Wellicht zullen die op dit punt meer duidelijkheid bieden.

Volledige werking pas vanaf 1 april 2013

De nieuwe regels gelden enkel voor belastingschulden die zijn ontstaan na 31 december 2012. Daarnaast is de regeling tot 1 april 2013 niet van toepassing met betrekking tot pandrechten en overige rechten van derden die zijn ontstaan vóór 1 januari 2013.

Wilt u uw eigendommen terugnemen of zaken in vuistpand te nemen, dan kan het dus verstandig zijn om nu actie te ondernemen en niet te wachten tot 1 april 2013.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact op nemen met onze specialisten.