Nieuws
:Nieuws

Afschaffing van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR): de gevolgen voor u als opdrachtgever en als ZZP-er

De goedkeuring door de Eerste Kamer op 2 februari jl. van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties houdt het definitieve einde in van de VAR. Maar wat betekent dat voor ondernemers en ZZP-ers  in de praktijk? In de oude “VAR-situatie” was de opdrachtgever zo goed als gevrijwaard van naheffingsaanslagen loonbelasting en premies werknemersverzekeringen zodra de juiste VAR in het dossier zat. Dat gold zelfs als achteraf bleek dat de VAR ten onrechte was afgegeven. Een en ander lag vooral in de risicosfeer van de opdrachtnemer.

In de nieuwe situatie hoeft u geen VAR meer in het dossier te houden, maar in plaats daarvan een door de opdrachtgever en de opdrachtnemer ondertekende modelovereenkomst. Het grote verschil met de VAR is dat de opdrachtgever nu wél met naheffingsaanslagen loonbelasting kan worden geconfronteerd als blijkt dat in de praktijk anders wordt gehandeld dan is afgesproken in de modelovereenkomst. De Belastingdienst wil zo een einde maken aan zogenaamde “schijnconstructies”.

Voor de opdrachtnemer geldt dat een ondertekende modelovereenkomst voor hem of haar geen enkele garantie biedt om als ondernemer te kunnen worden aangemerkt. In plaats daarvan wordt beoordeeld of de opdrachtnemer voldoende (andere) opdrachtgevers heeft en minimaal 1225 uur per jaar aan zijn of haar (ZZP) onderneming besteedt. Als dat niet zo blijkt te zijn, dan mag de opdrachtnemer geen gebruik maken van de faciliteiten waar “gewone” ondernemers wel recht op hebben, zoals de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling.

De kans is groot dat de door de Belastingdienst opgestelde modelovereenkomsten en de daarin vastgelegde (model)afspraken (deels) zullen afwijken van de feitelijke invulling van de samenwerking van de opdrachtgever en de opdrachtnemer. Een overeenkomst is immers maatwerk. Om die reden kunnen overeenkomsten die uzelf heeft opgesteld (of heeft laten opstellen) ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Belastingdienst. Dat biedt weliswaar meer zekerheid voor uw concrete situatie, maar het blijft belangrijk om er voor te zorgen dat u de afspraken uit die overeenkomst in de praktijk ook zo uitvoert. Anders loopt u nog steeds het risico dat de opdrachtnemer achteraf door de Belastingdienst als werknemer wordt aangemerkt.

De VAR zal verdwijnen per 1 mei 2016, maar een VAR van 2015 mag dit jaar nog wel worden gebruikt. Verder geldt tot 1 mei 2017 een zogenaamde transitieperiode; na die datum zal de wet volledig van kracht zijn.

Het is dus van groot belang dat de afspraken in uw opdrachtovereenkomst inhoudelijk aansluiten bij de dagelijkse gang van zaken. Laat u dan ook juist en tijdig informeren. Als u wilt weten of uw bestaande overeenkomst van opdracht de fiscale toets kan doorstaan, of als u een nieuwe overeenkomst van opdracht wilt gebruiken en vooraf informatie wenst over de (fiscale) gevolgen daarvan, neem dan contact op met onze arbeidsrechtspecialisten of onze fiscalist. Dat geldt uiteraard ook als u meer informatie wilt over de nieuwe wet of het overgangsrecht.  

Gepubliceerd: 4 februari 2016

< naar overzicht