Nieuws
:Nieuws

Biedingsprocedure curator geen ‘contractswisseling’ als bedoeld in artikel 38 CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf

Vorig jaar is een vruchtbaar jaar geweest voor arresten op het raakvlak van het arbeidsrecht en het faillissementsrecht. Daaruit is gebleken dat er regelmatig spanning is tussen het belang van werknemersbescherming en het belang van een curator bij een voorspoedige doorstart. Allereerst was daar het Estro-arrest waarin door het Hof van Justitie is geoordeeld dat bij een prepack, zoals in het specifieke geval van Estro aan de orde, rechten van werknemers gerespecteerd dienden te worden. Die zaak is inmiddels geschikt. Ook was er het DA-arrest waarin is omschreven dat aan de OR, ook in geval van een faillissement, een adviesrecht toekomt. Weliswaar is het mogelijk om bepaalde wettelijke vereisten van het adviesrecht in geval van faillissement wat soepeler toe te passen, maar dat de curator in geval van een voornemen een doorstart te realiseren langs de OR moet, staat sindsdien wel vast.

Op 9 februari jl. is er een interessant arrest van de Hoge Raad bij gekomen. Het ging hier om een faillissement van een schoonmaakbedrijf, waarbij de curator door middel van een biedingsprocedure de activa van de failliete onderneming heeft verkocht aan CSU. De werknemers hebben daarbij aanspraak gemaakt op de toepasselijkheid van artikel 38 van de CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf en daarmee op de toepasselijkheid van een oudere, gunstigere toeslagregeling. In artikel 38 lid 1 van de CAO is bepaald dat sprake is van contractswisseling “als een werkgever een object verwerft door een heraanbesteding. Onder heraanbesteding wordt ook verstaan een aanbesteding als gevolg van opzegging van het contract door het schoonmaak/ glazenwassersbedrijf. In artikel 38 lid 3 is onder meer bepaald dat de werkgever die door contractswisseling een object verwerft, bij het aanbieden van een arbeidsovereenkomst aan werknemers die op het moment van de wisseling op het object werkzaam zijn, het voor de betrokken werknemers geldende cao-loon, alsmede andere opgebouwde rechten voor zover gebaseerd op de cao, dient te honoreren. De hiervoor genoemde toeslagregeling betreft zo’n opgebouwd recht.

In tegenstelling tot de kantonrechter en het Hof heeft de Hoge Raad in dit geval de belangen van de werknemers niet laten prevaleren. De Hoge Raad heeft bepaald dat “Aan de omstandigheid dat art. 38 CAO ertoe strekt de betrokken werknemers te beschermen tegen de gevolgen van een heraanbesteding voor hun werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden niet de gevolgtrekking kan worden verbonden dat een biedingsprocedure zoals deze volgens de vaststelling van het hof heeft plaatsgevonden, onder het toepassingsbereik van art. 38 CAO valt, zonder dat daarvoor in de tekst van of toelichting bij art. 38 CAO steun is te vinden.” De biedingsprocedure die door de curator is geïnitieerd is niet een heraanbesteding zoals bedoeld in artikel 38 van de CAO.

De zaak is terug verwezen naar het Hof voor verdere behandeling en beslissing, maar het lijkt er op dat hier de werknemers aan het kortste eind gaan trekken. We houden het in de gaten!

Voor vragen of nader advies kunt u contact opnemen met één van onze specialisten.

Geschreven door: Priscilla Trip
Apeldoorn, 13 februari 2018

< naar overzicht