Nieuws
:Nieuws

De curator als hoeder van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR)

Nadat de Advocaat-Generaal in een conclusie al eerder het belang van werknemersbescherming boven het belang van een prepack heeft gesteld en we in afwachting zijn van het oordeel van het Europese Hof stelt de Hoge Raad in zijn arrest van 2 juni jl. het belang op naleving door de curator op de verplichtingen uit de WOR boven het belang van een vlotte doorstart. Wat speelt er in dit geval?

In de aan het arrest van de Hoge Raad ten grondslag liggende uitspraak van de Ondernemingskamer is, kort gezegd, geoordeeld dat het adviesrecht van de Ondernemingsraad (OR) in beginsel niet geldt in de situatie dat de onderneming failliet is verklaard. Dit heeft te maken met de specifieke taak van de curator. In een faillissement heeft de curator zich te richten op het ten gelde maken van de bestanddelen van de boedel met als doel het realiseren van een zo hoog mogelijke opbrengst voor de gezamenlijke schuldeisers. Hierbij moet de nodige voortvarendheid betracht worden. Onder deze omstandigheden is het, volgens de Ondernemingskamer, niet aannemelijk dat een advies van de OR nog van wezenlijke invloed kan zijn op het besluit over een doorstart, terwijl ook de in de WOR gegeven wachttijd van één maand strijdig kan c.q. zal zijn met de gewenste voortvarendheid. 

De Hoge Raad acht de genoemde argumenten van de Ondernemingskamer blijkens zijn arrest van 2 juni jl. van ondergeschikt belang. Volgens de Hoge Raad is de curator, als hij bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op grond van de Faillissementswet alleen dan wel samen met anderen in de onderneming rechtstreeks de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid, als ondernemer in de zin van de WOR aan te merken. Als zodanig is hij dan ook gehouden de voorschriften uit de WOR na te leven. Dit brengt met zich mee dat als de verkoop door de curator plaatsvindt in het kader van de voortzetting of doorstart van (delen van) de onderneming door dezelfde of een andere entiteit, waarbij het vooruitzicht bestaat op behoud van arbeidsplaatsen, een daarop gericht besluit adviesplichtig is op grond van de WOR. De Hoge Raad maakt hierbij wel de kanttekening dat de voorschriften van de WOR, gelet op de faillissementssituatie, niet altijd onverkort kunnen worden toegepast door de curator. De curator en de OR hebben zich jegens elkaar te gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.

Hoe deze uitspraak in de praktijk zal gaan uitpakken, zullen wij de komende periode nauwkeurig in de gaten houden. De les voor ons curatoren is in ieder geval dat wij, naast hoeder van de belangen van de gezamenlijke schuldeisers, ook hoeder zijn van de rechten van de OR. Mocht u hierover vragen hebben, dan kunt u daarover uiteraard altijd contact met ons opnemen. 

Geschreven door: Priscilla Trip
Apeldoorn, 8 juni 2017

< naar overzicht