Wet DBA

Onze arbeidsrecht advocaten krijgen vaak vragen van opdrachtgevers en opdrachtnemers (zzp’ers) over hoe zij hun relatie het beste vorm kunnen geven. Beiden willen ze graag zekerheid én duidelijkheid hebben over de arbeidsrelatie die ze met elkaar aangaan. Tot 2016 was die zekerheid én duidelijkheid gegarandeerd als je beschikte over de juiste VAR (Verklaring Arbeidsrelatie).

Als je als opdrachtgever beschikte over een geldige VAR-dga of VAR-wuo van jouw opdrachtnemer dan wist je zeker dat je geen loonheffingen hoefde in te houden op het aan de opdrachtnemer te betalen honorarium.

In mei 2016  is de zekerheid van de VAR komen te vervallen met de invoering van de Wet DBA (Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties). Sinds die Wet DBA is er veel onzekerheid over de kwalificatie van de verhouding tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. Als een ZZP-er langer en structureel opdrachten verricht voor één bepaalde opdrachtgever kan de Belastingdienst zich achteraf op het standpunt stellen dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. Dit kan leiden tot naheffingen voor de opdrachtgever en tot het vervallen van bepaalde ondernemersfaciliteiten voor de ZZP-er. Dit wil je zoveel mogelijk voorkomen.

Modelovereenkomst en ondernemerscheck

Door met door de Belastingdienst voorgeschreven modelovereenkomsten te werken beperk je het risico op naheffingen en beperkingen van de ondernemersfaciliteiten, maar garanties zijn niet te geven. Er wordt namelijk niet alleen gekeken naar wat op papier staat, maar ook hoe het in de praktijk uitpakt. Als je als zzp’er twijfelt of je voldoet aan alle vereisten om jezelf ondernemer te kunnen noemen, kun je de ondernemerscheck van de Belastingdienst doen.

Handhaving en toekomst

Om opdrachtgevers en opdrachtnemers te laten wennen aan de Wet DBA is er in eerste instantie maar beperkt handhavend opgetreden door de Belastingdienst. Sinds oktober 2019 is de Belastingdienst, mede in afwachting van op handen zijnde nieuwe wetgeving, weer meer gaan controleren en gestart met verscherpt toezicht. Dat toezicht wordt vorm gegeven door het uitvoeren van controles. Alleen als uit die controle blijkt dat er sprake is van kwaadwillendheid zal er worden gehandhaafd en kunnen correctieverplichtingen of naheffingsaanslagen worden opgelegd. Van kwaadwillendheid is sprake als er een (fictieve) dienstbetrekking is, die evidente en opzettelijke schijnzelfstandigheid in zich bergt.

Als er geen sprake is van kwaadwillendheid maar wel van een (fictieve) dienstbetrekking, dan kan de Belastingdienst een aanwijzing geven voordat ze gaan handhaven. De Belastingdienst kan twee aanwijzingen geven: 1) De arbeidsrelatie moet vorm worden gegeven als werken buiten dienstbetrekking of 2) de arbeidsrelatie moet als dienstbetrekking verwerkt worden in de aangifte.  Er wordt meestal een bepaalde termijn gegeven voor het opvolgen van de aanwijzing (vaak drie maanden). Is binnen die termijn de aanwijzing niet of onvoldoende opgevolgd dan gaat de Belastingdienst alsnog over tot handhaving.

Juist omdat de Wet DBA zoveel onduidelijkheid en onzekerheid met zich mee bracht was er een nieuwe wet in voorbereiding, de Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring. Op 15 juni 2020 is aangekondigd dat deze wet niet verder zal worden uitgewerkt. De toekomst blijft onzeker en daarom blijft het belangrijk de afspraken tussen opdrachtgever en opdrachtnemer goed vast te leggen.De modelovereenkomsten van de belastingdienst vormen daarbij een goede basis, maar wil je die iets meer toepassen op jouw situatie, dan kunnen onze arbeidsrecht advocaten je daarbij adviseren.

Neem contact met ons op