Nieuws
:Nieuws

V. De onzekerheid van faillissement voor de werking van wederkerige overeenkomst beperken

In eerdere artikelen hebben wij u geïnformeerd over de gevolgen van een faillissement voor wederkerige overeenkomsten (I. De verplichting van de curator tot nakoming van (bepaalde) wederkerige overeenkomstenII. Het voorkomen van onzekerheid van een faillissement bij nakoming van een wederkerige overeenkomst door de curatorIII. De curator kan niet zonder meer betaling vorderen als hij een wederkerige overeenkomst niet gestand doet en IV. De (on)mogelijkheden bij doorlevering aan de curator na datum faillissement). Ook hebben wij enkele mogelijkheden geschetst die de curator en de wederpartij van de gefailleerde hebben in geval de nakoming van een wederkerige overeenkomst wordt doorkruist door een faillissement. Zoals aangegeven, tast het faillissement een overeenkomst in beginsel niet aan, maar kan een faillissement wel ingrijpende gevolgen voor de uitvoering van een overeenkomst hebben. In deze bijdrage wordt de zogenaamde “insolventieclausule” behandeld, die de onzekere gevolgen van een faillissement voor een wederkerige overeenkomst zoveel mogelijk tracht te beperken.

Een insolventieclausule is - kort weergegeven - de bepaling in een overeenkomst die in werking treedt als een van de partijen in staat van insolventie (bijvoorbeeld: faillissement) komt te verkeren en die op voorhand de gevolgen van het intreden van een insolventie regelt. Meestal is het een beding dat het recht op een prestatie doet vervallen enkel en alleen vanwege het in staat van faillissement geraken. In het faillissement van Megapool had een contractspartij van Megapool (voor datum faillissement) een bepaling in de overeenkomst opgenomen dat de aanspraak van Megapool op de betaling van bepaalde provisies automatisch verviel op het moment dat Megapool in staat van faillissement zou komen te verkeren. De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak van 12 april 2013 geoordeeld dat een dergelijke clausule in beginsel toelaatbaar is, tenzij deze in strijd is met artikel 20 Fw of een beroep op een dergelijk beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Er kan zich namelijk een situatie voordoen dat de wederpartij die de prestatie daarvoor al wel heeft ontvangen, zijn eigen prestatie niet meer behoeft te verrichten.

Met dergelijke bepalingen kan de onzekerheid van een faillissement op een wederkerige overeenkomst worden beperkt.

Voor meer informatie over hoe te handelen bij een faillissement waarbij u betrokken bent door een wederkerige overeenkomst of het opnemen van insolventieclausules in uw overeenkomsten kunt u contact opnemen met een van onze specialisten op het gebied van insolventierecht.

Geschreven door: Ynze Talstra
Heerenveen, 22 augustus 2017

< naar overzicht