Tuchtrecht gezondheidszorg

Zorgverleners zoals artsen, verpleegkundigen en apothekers vallen onder het medisch tuchtrecht zoals opgenomen in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Het medisch tuchtrecht is een vorm van rechtspraak waarbij de tuchtrechter beoordeelt of een zorgverlener volgens de professionele standaard heeft gewerkt en de patiëntenrechten in acht heeft genomen. Maar welke stappen worden er nu precies doorlopen als er tegen jou als zorgverlener een klacht wordt ingediend?

Het indienen van een klacht

De klager moet eerst een schriftelijke klacht indienen bij een Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg waarin de zorgverlener woont. Er zijn op het moment vijf regionale tuchtcolleges in Nederland. De meeste klachten worden ingediend door patiënten, maar ook door naasten omdat zij na het overlijden van een patiënt in beginsel over dit recht beschikken. Het recht van de nabestaande berust dan niet op een eigen klachtrecht, maar op een klachtrecht dat is afgeleid van de in het algemeen veronderstelde wil van de overleden patiënt.

Daarnaast kunnen de opdrachtgever, jouw werkgever of één van jouw collega’s, de inspecteur van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd of een zorgverzekeraar een klacht indienen. De klager wordt gezien als aangever van (het verondersteld) onjuist medisch handelen, waarmee het tuchtcollege in staat wordt gesteld de kwaliteit van de gezondheidszorg te beoordelen en te bewaken. Vanwege het voorgaande wordt de gang naar de tuchtrechter laagdrempelig gehouden. Zo gelden geen hoge eisen aan een klaagschrift en geldt voor partijen geen verplichte procesvertegenwoordiging.

Vooronderzoek

De secretaris van het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg zal na de klacht een schriftelijk vooronderzoek starten. Jij als zorgverlener ontvangt het klaagschrift van de secretaris en hebt vervolgens de gelegenheid om op de klacht te reageren door middel van een verweerschrift. Nadat je het verweerschrift hebt ingediend bij het tuchtcollege, kan er eventueel een tweede schriftelijke ronde volgen.

Tijdens het vooronderzoek kan de secretaris feiten en omstandigheden onderzoeken waarover niet is geklaagd. Daarnaast kunnen getuigen en deskundigen worden gehoord en plaatsen (zoals de praktijk waar de zorg is verleend/ontvangen) worden bezocht. Om goed en volledig verweer te kunnen voeren, is het als zorgverlener toegestaan om medische gegevens van de klager te gebruiken. Jij mag de medische gegevens (al dan niet geanonimiseerd) ook aan een collega-zorgverlener voorleggen voor een oordeel over jouw handelen. Het gaat hier enkel om gegevens die relevant zijn voor het verweer.

Naast of na de schriftelijke ronde van het vooronderzoek, kunnen partijen worden uitgenodigd om ook mondeling hun standpunten toe te lichten. Dit heeft vooral tot doel om de mogelijkheid te onderzoeken of er tussen de zorgverlener en de klager een onderlinge oplossing kan worden bereikt. Partijen kunnen een toelichting geven, toenadering zoeken en dus bezien of de klager zijn klacht (gedeeltelijk) intrekt. De klager kan overigens tot aan de eindbeslissing van het tuchtcollege zijn klacht intrekken.

De zitting

Als de klager de klacht na het mondelinge vooronderzoek handhaaft, dan besluit het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg of de zaak in de raadkamer of op een openbare zitting wordt behandeld. Na het sluiten van het vooronderzoek kan de secretaris de klacht ook verwijzen naar de voorzitter van het tuchtcollege voor een ‘voorzittersbeslissing’. Het gaat dan om klachten die kennelijk niet-ontvankelijk, ongegrond of van onvoldoende gewicht zijn, of als het tuchtcollege onbevoegd is.

Binnen twee maanden na de zitting moet het tuchtcollege een einduitspraak geven. Het komt wel eens voor dat een tuchtcollege eerst nog een tussenbeslissing geeft, bijvoorbeeld als het tuchtcollege meer informatie wil ontvangen over een niet-verschenen partij en die partij alsnog wil horen. Bij de einduitspraak zijn de volgende opties mogelijk:

- De klager wordt in zijn klacht niet ontvankelijk verklaard.
- De klacht wordt ongegrond verklaard.
- De klacht wordt gegrond verklaard.

Wanneer de klacht gegrond wordt verklaard, kan het tuchtcollege jou als zorgverlener een maatregel opleggen zoals berisping, geldboete of schorsing. Vervolgens staat beroep tegen de uitspraak van het tuchtcollege open binnen zes weken na verzending van de beslissing. Beroep kan worden ingesteld door de klager, maar alleen voor zover zijn klacht is afgewezen of hij in de klacht niet-ontvankelijk is verklaard. De zorgverlener kan altijd in beroep.

Advies of bijstand van onze tuchtrecht advocaten

Een tuchtrechtelijke procedure heeft vanzelfsprekend grote impact op de betrokken zorgverlener. Deskundige ondersteuning (en het ontzorgen van de zorgverlener) is dan ook meer dan gewenst. Wij raden je aan om contact op te nemen met één van onze tuchtrecht advocaten.

Heb jij als zorgverlener te maken met een klacht die tegen jou is ingediend? Onze gezondheidsrecht advocaten zijn gespecialiseerd in tuchtrecht in de gezondheidszorg en adviseren je graag over de te nemen stappen. Ook kunnen onze tuchtrecht advocaten je bijstaan in een procedure om tot het best mogelijke resultaat te komen.