Zorgplichten onder de Omgevingswet
Geplaatst op: 26 juni 2026
In de Omgevingsrecht en de bijbehorende algemene maatregelen van bestuur zijn diverse zorgplichten opgenomen. De reden voor het opnemen van specifieke zorgplichten voor deze categorieën is onder meer gelegen in het streven naar deregulering.
Deze zorgplichten zorgen er volgens de wetgever voor dat het niet nodig is om alle potentiële nadelige gevolgen van activiteiten volledig met gedetailleerde regels af te dekken. Het handhaven van deze regels kan nu plaatsvinden vanwege overtreding van de specifieke zorgplicht. De Omgevingswet kent bovendien meer algemene regels en minder vergunningplichten, waardoor meer flexibiliteit ontstaat. De bedoeling is dat zorgplichten binnen dit stelsel een belangrijkere rol innemen.
Algemene zorgplichten
In artikel 1.6 van de Omgevingswet staat een algemene zorgplicht. Volgens deze bepaling ‘draagt eenieder voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving’. Daarmee legt de wetgever een brede verantwoordelijkheid neer bij burgers en bedrijven om schade aan de leefomgeving zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
De algemene zorgplicht is bewust ruim geformuleerd en biedt daardoor niet altijd duidelijke handvatten voor de praktijk. Daarom zijn in verschillende besluiten specifieke zorgplichten opgenomen. Deze vormen een nadere uitwerking van de algemene zorgplicht voor concreet omschreven activiteiten, bijvoorbeeld activiteiten met mogelijke gevolgen voor het milieu of de bodem. Wanneer een specifieke zorgplicht van toepassing is, treedt de algemene zorgplicht in zoverre naar de achtergrond.
Specifieke zorgplicht
De specifieke zorgplichten die in de diverse algemene maatregelen van bestuur zijn opgenomen, vormen een nadere uitwerking van de algemene zorgplicht uit de wet. Waar de algemene zorgplicht een breed en algemeen karakter heeft, richten deze specifieke zorgplichten zich meer op concreet omschreven activiteiten.
Een goed voorbeeld van een (vaak gebruikte) specifieke zorgplicht op het gebied van het milieu staat in artikel 2.11 van het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving). In die bepaling staat dat dat degene die een activiteit verricht die nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, verplicht is om alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen te nemen om die gevolgen te voorkomen. Als volledige voorkoming niet mogelijk is, moeten de gevolgen zoveel mogelijk worden beperkt of ongedaan gemaakt. Wanneer ook dat onvoldoende mogelijk blijkt, moet de activiteit achterwege blijven voor zover dat redelijkerwijs kan worden verlangd.
Daaruit volgt dat het naleven van de concrete milieuregels alleen niet altijd voldoende is, maar dat van een ondernemer ook wordt verwacht dat hij blijft nagaan welke aanvullende maatregelen redelijkerwijs kunnen worden genomen om milieuschade te voorkomen. Daarbij gaat onder meer om maatregelen die binnen de bedrijfsvoering als vanzelfsprekend worden beschouwd. Hierbij kan men denken aan het opruimen van gemorste vloeistoffen, het goed onderhouden van installaties en voorzieningen en het tijdig herstellen van lekkages.
Maatwerkvoorschriften
De invulling van de zorgplicht ligt dus in eerste instantie bij de ondernemer die bepaalde activiteiten met invloed op het milieu verricht. Het open karakter van de (specifieke) zorgplichten heeft als voordeel dat niet voor iedere situatie gedetailleerde regels of voorschriften hoeven te worden opgesteld. Tegelijkertijd heeft dit ook een keerzijde, omdat voor ondernemers niet altijd vooraf duidelijk is wanneer aan de zorgplicht wordt voldaan. Dit kan leiden tot rechtsonzekerheid bij degene die de activiteiten verricht. Het bevoegd gezag kan daarom verduidelijken wat in een concreet geval op grond van de specifieke zorgplicht wordt verwacht, bijvoorbeeld door in een maatwerkvoorschrift nadere invulling te geven aan de wijze waarop aan de zorgplicht kan worden voldaan. Deze maatwerkvoorschriften kunnen zowel op verzoek van de ondernemer als op initiatief van het bestuursorgaan worden gesteld.
Handhaving
Vanwege het open karakter van de zorgplichten is het niet altijd eenvoudig om vast te stellen of een zorgplicht is overtreden. De hoofdregel luidt dan ook dat bestuursorganen pas kunnen handhaven op basis van een zorgplicht als sprake is van een onmiskenbare/evidente overtreding daarvan. Het bestuursorgaan zal daarom steeds moeten beoordelen of sprake is van een onmiskenbare overtreding. Alleen in dat geval kan rechtstreeks op grond van de zorgplicht handhavend worden opgetreden.
Kortom: de zorgplichten onder de Omgevingswet vragen van ondernemers een actievere en meer zelfstandige verantwoordelijkheid voor de fysieke leefomgeving. Zorgplichten vragen van ondernemers dat zij voortdurend blijven nadenken over welke maatregelen redelijkerwijs nodig zijn om nadelige gevolgen voor bijvoorbeeld het milieu te voorkomen of te beperken. Juist door het open karakter van deze zorgplichten kan het in de praktijk echter lastig zijn om te bepalen waar de grenzen liggen en wanneer sprake is van een overtreding.
Dommerholt Advocaten ondersteunt ondernemers daarbij graag. Wij adviseren over de toepassing van de zorgplichten in de praktijk, beoordelen handhavingsrisico’s en staan ondernemers bij in procedures en overleg met overheden. Onze omgevingsrecht advocaten staan voor je klaar, neem vrijblijvend contact met ons op.