Nieuws
:Nieuws

Faillissement en boedelvorderingen

Als concurrente (niet-bevoorrechte) schuldeiser van een vennootschap zult u bij faillissement volgens de statistieken maar zelden (een deel van) uw vordering betaald krijgen vanuit de faillissementsboedel. Boedelschuldeisers hebben echter een hoge(re) voorrang om vanuit de faillissementsboedel na aftrek van de kosten van de curator verband houdend met de afwikkeling van het faillissement, betaald te krijgen. Voor een schuldeiser is het dus van groot financieel belang om als boedelschuldeiser aangemerkt te worden.

In een recente uitspraak heeft de Hoge Raad (HR 19 april 2013, nr. 12/000810) de mogelijkheden van het ontstaan van boedelschulden beperkt. Waar men gewoonlijk tot voor kort  opleveringsschade voortvloeiende uit een door de curator opgezegde huurovereenkomst als boedelschuld aanmerkte op basis van het zogenoemde ‘toedoencriterium’, is dat niet meer het geval sinds deze uitspraak. 

Volgens de Hoge Raad kunnen schulden alleen nog als boedelschulden te gelden hebben als deze schulden:

  1. voortvloeien uit de wet;
  2. door de curator zijn aangegaan; of
  3. een gevolg zijn van het handelen van de curator in strijd met een op hem rustende verplichting.

Het ‘toedoencriterium’ is daarmee komen te vervallen. Dit heeft niet alleen vergaande gevolgen in geval u verhuurder bent van onroerend goed aan een (bijna) gefailleerde onderneming, maar ook als u leverancier bent van een (bijna) gefailleerde onderneming of op andere wijze een overeenkomst bent aangegaan met een dergelijke partij.

Voor vragen over het bovenstaande en meer in het algemeen uw positie binnen een faillissement, kunt u contact opnemen met Maarten Masman, advocaat insolventierecht en ondernemingsrecht, via (055) 526 20 20 of mf.masman@dommerholt.nl  of met een van mijn in het insolventierecht gespecialiseerde collega’s.

Apeldoorn, 14 augustus 2013

< naar overzicht