Bestuurlijke boete: direct betalen?

Jacolien van den Bergh 21 april 2017 door Jacolien van den Bergh

Een bestuurlijke boete moet meestal direct worden betaald, ook als de boete wordt betwist en er bezwaar is ingediend. Een bestuursorgaan stelt een betalingstermijn en is in de regel niet genegen om opschorting van betaling te verlenen als er bezwaar wordt ingediend. Dit in tegenstelling tot het strafrecht waar betaling van een boete pas aan de orde is op het moment dat de veroordeling onherroepelijk is.

Een ondernemer ontving een bestuurlijke boete van de Arbeidsinspectie en heeft bij de bestuursrechter dit geschil aan de orde gesteld. Met name omdat bij forse boetebedragen de gevolgen van directe betaling voor een ondernemer groot kunnen zijn.

De rechtbank Amsterdam heeft op 21 december 2016 uitspraak gedaan en bepaald dat de bestuurlijke boete niet betaald hoeft te worden totdat vast staat dat de boete daadwerkelijk verschuldigd is. De rechter verwees daarbij naar een advies van de Raad van State van 13 juli 2015 en constateerde dat: ‘er op voorhand geen rechtvaardiging lijkt te bestaan tussen de keus voor het verschil tussen het strafrecht en het bestuursrecht en het ontbreken van schorsende werking van rechtsmiddelen in het bestuursrecht in het licht van de ingrijpende gewijzigde context waarin de bestuurlijke boete functioneert’.

De voorzieningenrechter is van mening dat het bestuursorgaan een zwaarwegend belang moet hebben om gedurende de bezwaarprocedure over te gaan tot invordering van de boete. Met name in een situatie waarin nog niet vaststaat of de bestuurlijke boete, ook gelet op de evenredigheid, terecht is opgelegd en betaling van de boete voor de ondernemer tot onomkeerbare gevolgen voor de uitoefening van zijn onderneming zou kunnen leiden.

De ondernemer hoeft de boete voorlopig niet te betalen. Het verzoek om opschorting is toegewezen. In de praktijk betekent dit dat een bestuursorgaan een verzoek om opschorting niet zonder meer mag afwijzen maar moet onderbouwen waarom de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht. De verwachting is dat deze lijn door de rechtspraak wordt voortgezet.