Commercieel contract: wijziging door coronacrisis mogelijk?

Hero afbeelding chris thumbnail 15 april 2020 door Chris van de Kraats

Het sluiten van overeenkomsten is voor de meeste ondernemers dagelijkse praktijk. Veel ondernemers hebben dan ook te maken met verschillende verplichtingen die voortvloeien uit commerciële contracten. Denk hierbij naast afname- of leveringsverplichtingen ook aan verplichtingen ten gevolge van marketing- of productontwikkelingscontracten.

Veel van deze contracten zijn gesloten voor de coronacrisis. Helaas kunnen door het intreden van de coronacrisis niet alle ondernemers aan de verplichtingen uit deze contracten voldoen.

Is het mogelijk om in deze situatie de inhoud van commerciële contracten te wijzigen?

Wanneer spreken we van onvoorziene omstandigheden?
Volgens de wet kan de rechter op verlangen van één van de contractspartijen de gevolgen van een overeenkomst wijzigen of de overeenkomst (gedeeltelijk) ontbinden. Dit kan de rechter doen wanneer er sprake is van ‘onvoorziene omstandigheden’. Maar wanneer is hiervan sprake?

Onvoorziene omstandigheden zijn omstandigheden waarin het contract niet voorziet. De rechter kan overgaan tot wijziging van de gevolgen of tot (gedeeltelijke) ontbinding van een contract, indien sprake is van zodanige onvoorziene omstandigheden dat de wederpartij van de contractpartij die zich hierop beroept, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag verwachten dat de overeenkomst ongewijzigd in stand blijft.

Of er sprake is van onvoorziene omstandigheden zal afhangen van de omstandigheid van het geval. De jurisprudentie op dit gebied is sterk casuïstisch. Het uitgangspunt is dat terughoudend geoordeeld wordt inzake het aannemen van onvoorziene omstandigheden. ‘Normale’ ondernemersrisico’s vallen niet onder onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld een economische crisis). Indien er in het contract niet in de coronacrisis is voorzien en deze crisis heeft voor één van de contractpartijen (grote) bedrijfseconomische gevolgen, zou er in die situatie sprake kunnen zijn van onvoorziene omstandigheden.

Er is sprake van onvoorziene omstandigheden, wat nu?
Indien er sprake is van onvoorziene omstandigheden, kan de zogeheten ‘redelijkheid en billijkheid’ met zich meebrengen dat contractspartijen een onderhandelingsplicht hebben. De ondernemer moet dan met de wederpartij om tafel om het contract uit te onderhandelen. Hierbij moet er rekening worden gehouden met de wetenschap van de onvoorziene omstandigheden waarop de ondernemer zich heeft beroepen.

Indien de rechter stelt dat het onaanvaardbaar is om de gemaakte afspraken ongewijzigd in stand te houden, zal de rechter naar een uitkomst zoeken die contractspartijen in plaats van het oorspronkelijk overeengekomene wél van elkaar mogen verwachten. De rechter zal in zijn beslissing zoveel mogelijk aansluiten bij hetgeen partijen aanvankelijk bij het sluiten van de overeenkomst hebben bedoeld en bij de risicoverdeling die aanvankelijk in de overeenkomst opgesloten lag.

Kan je met een dergelijke situatie nu naar de rechter?
Ondanks de coronacrisis kunnen nieuwe zaken ‘gewoon’ worden aangebracht. Let wel dat alle rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere rechterlijke colleges voor onbepaalde tijd in principe gesloten blijven. Alleen urgente rechtszaken gaan door. Het is daarmee onduidelijk welke zaak op korte termijn wel, en welke (nog) niet, behandeld zal worden. Dit zal afhankelijk zijn van de spoedeisendheid van de zaak.

Voor de toekomst: expect the unexpected!
Indien jouw onderneming (grote) bedrijfseconomische gevolgen ervaart door de coronacrisis en hierin niet is voorzien in één of meerdere contracten, kan er sprake zijn van onvoorziene omstandigheden. Echter, dit betreft contracten uit het verleden. Voor contracten die je vanaf heden aangaat, dien je rekening te houden met het coronavirus. Immers, vanaf heden zijn we allemaal op de hoogte van de coronacrisis, waardoor je in de toekomst moeilijk kunt onderbouwen dat er sprake is van onvoorziene omstandigheden.

Bovendien is van belang dat op het moment dat je als bestuurder een verplichting aangaat namens de vennootschap, terwijl je weet (of redelijkerwijs behoort te begrijpen) dat de vennootschap deze verplichting niet zal kunnen nakomen en de vennootschap geen verhaal zal bieden voor de daardoor te lijden schade, je als bestuurder het risico loopt persoonlijk aansprakelijk gesteld te worden wanneer je persoonlijk een verwijt treft.