De crediteur en pandrecht

Binnen en buiten faillissement bestaat de rechtsregel dat crediteuren van een schuldenaar in principe gelijk worden behandeld. Gevolg  is dat het vermogen van de schuldenaar gelijk over de crediteuren wordt verdeeld naar rato van ieders vordering. Op deze hoofdregel bestaat een   uitzondering in geval een crediteur een (rechtsgeldig) pandrecht heeft verkregen.

Als een crediteur een vordering heeft op zijn schuldenaar dan kan hij verlangen dat de schuldenaar hiervoor zekerheid stelt. Zekerheid in de vorm van een pandrecht houdt in dat de crediteur in afwijking van de hoofdregel zijn vordering op de schuldenaar bij voorrang mag verhalen op de goederen van de schuldenaar waarop een pandrecht is gevestigd. Dit pandrecht kan onder andere gevestigd worden op roerende zaken zoals bedrijfsinventaris en voorraden, maar ook op vorderingsrechten van de schuldenaar op zijn debiteuren.

Een pandrecht wordt gevestigd door middel van een notariële akte of een geregistreerde onderhandse akte. In de praktijk komt deze laatste variant het meeste voor. Daarvoor is noodzakelijk dat de pandakte wordt geregistreerd bij de Belastingdienst.

Het voordeel van een pandrecht op activa van de schuldenaar is dat de crediteur bij het uitblijven van betaling de goederen waarop pandrecht is gevestigd, mag executeren (openbaar verkopen) en vervolgens uit de opbrengst zichzelf als eerste mag voldoen. Dit geldt zowel buiten als ook tijdens het faillissement. Een crediteur met een pandrecht mag zijn rechten derhalve uitoefenen als ware er geen faillissement. Daarmee is zijn positie aanzienlijk versterkt ten opzichte van andere niet-bevoorrechte crediteuren en is de kans op (integrale) betaling aanzienlijk toegenomen.

Voor het vestigen en verkrijgen van een rechtsgeldig pandrecht dat aan een crediteur voldoende zekerheid biedt, is van belang dat goed wordt onderzocht of de schuldenaar niet al eerder pandrecht op dezelfde goederen heeft gevestigd aan een derde (bijvoorbeeld aan een bank). Daarnaast dienen de nodige formaliteiten in acht te worden genomen voor het vestigen van pandrecht en dient de formulering in de pandakte zorgvuldig te worden gekozen. Indien een pandrecht niet rechtsgeldig is overeengekomen, hoeft de schuldenaar - en tijdens faillissement de curator - het gepretendeerde pandrecht niet te respecteren. Wat de crediteur dan rest, is een vorderingsrecht van gelijke rang als de andere (gezamenlijke) crediteuren.

Voor vragen of als u behoefte heeft aan informatie over het opstellen van een pandakte in een specifieke situatie, kunt u terecht bij onze specialisten op het gebied van faillissementsrecht en insolventierecht, te bereiken via onze vestigingen: Zwolle (038) 427 20 20, Apeldoorn (055) 526 20 20, Heerenveen (0513) 433 433, Eelde (0592) 730 300 of Groningen (050) 721 06 20.