En de 'winnaar' is... de werknemer!

PriscillaTrip 26 juni 2017 door Priscilla Trip

In onze bijdrage van 7 april jl. hebben we stilgestaan bij het spanningsveld tussen het belang van de pre-pack en het belang van de bescherming van de werknemers. Op 22 juni jl. heeft het Hof van Justitie zijn oordeel gegeven en bepaald dat de rechten van werknemers bescherming verdienen bij een pre- pack na faillissement. Het Hof heeft daarbij een aantal belangrijke piketpaaltjes geslagen.

Allereerst heeft het Hof beslist dat een pre-pack onder het begrip faillissementsprocedure als bedoeld in de richtlijn valt. Tegelijkertijd heeft het Hof bepaald dat een pre-pack tot in de kleinste details de overdracht van de onderneming beoogt voor te bereiden om na de faillietverklaring een snelle doorstart mogelijk te maken van de levensvatbare onderdelen van de onderneming. De pre-pack zorgt ervoor dat plotselinge stopzetting van de activiteiten van die onderneming op de datum van de faillietverklaring wordt vermeden, zodat de waarde van de onderneming en de werkgelegenheid zoveel mogelijk behouden kunnen blijven.

Onder deze omstandigheden moet worden vastgesteld dat met de pre-pack niet de liquidatie van de onderneming wordt beoogd. Nu liquidatie bij een pre-pack niet het (hoofd)doel is, verdienen de werknemers bij een pre-pack dus de bescherming die de werknemers ook bij een ‘gewone’ overgang van onderneming hebben. Bij een pre-pack gelden, aldus het Hof, de regels van overgang van onderneming wat tot gevolg heeft dat de rechten en plichten van de werknemers van rechtswege meegaan naar de overnemende partij. Door de rechter in feitelijke instantie moet daarbij overigens wel getoetst worden of de pre-pack inderdaad gericht is op voortzetting van de levensvatbare onderdelen van de onderneming.

Een overweging die tot slot een rol speelt bij de uitspraak van het Hof is dat de beoogd curator en de beoogd rechter-commissaris bij een pre-pack weliswaar worden aangesteld door de rechtbank, maar dat zij formeel geen enkele bevoegdheid hebben. Zij staan dus niet onder toezicht van een overheidsinstantie, wat wel een voorwaarde is om op basis van de richtlijn een uitzondering toe te staan op de werknemersbescherming in een faillissementsprocedure. Mogelijk dat de verankering van de pre-pack in de wet dus alsnog tot een andere uitkomst zou kunnen leiden, maar de vraag is of de wetgever die weg nog zal gaan bewandelen. Het wetsvoorstel staat on hold en de toekomst is ongewis. Voor nu lijkt het belang van de werknemersbescherming de slag te hebben gewonnen.