Lichtpunt(je) voor de doorstartende werkgever?

PriscillaTrip 27 maart 2017 door Priscilla Trip

Sinds 1 juli 2015 geldt het nieuwe ontslagrecht, welk nieuw ontslagrecht voor een werkgever die doorstart vanuit een faillissement niet bepaald gunstig is. Die doorstarter wordt namelijk, als hij besluit om werknemers van de failliete werkgever, weer een dienstverband aan te bieden, geconfronteerd met het arbeidsverleden bij die failliete werkgever, omdat hij als zogenaamd “opvolgend werkgever” beschouwd kan worden.

Dit is het geval als die werknemer bij de doorstarter feitelijk dezelfde werkzaamheden is blijven c.q. gaan verrichten, ongeacht of tussen de doorstarter en de failliete werkgever enige band bestond. De doorstarter is vervolgens, als hij onverhoopt toch genoodzaakt is om het dienstverband met de werknemer te beëindigen, gehouden het volledige arbeidsverleden bij de failliete werkgever mee te tellen voor de berekening van de tran-sitievergoeding en de geldende opzegtermijn. Dit kan behoorlijk in de papieren lopen.

In een recente uitspraak van het Hof Den Bosch is geoordeeld dat bij een doorstart die heeft plaats gevonden vóór 1 juli 2015 de vraag of sprake is van opvolgend werkgeverschap beoordeeld moet worden naar de criteria voor “opvolgend werkgeverschap” zoals die golden tot 1 juli 2015. De vraag is dan niet alleen of de werkzaamheden hetzelfde zijn gebleven, maar ook of er tussen de doorstarter en de failliete werkgever zodanige banden bestonden dat zij als elkaars opvolger beschouwd moesten worden. Als niet aan beide criteria is voldaan, dan is geen sprake van opvolgend werkgeverschap en krijg je als doorstarter dus ook niet te maken met het volledige arbeidsverleden bij de berekening van de transitievergoeding en de geldende opzegtermijn.

Hoewel dit een uitspraak is van een Hof en de Hoge Raad zich hier nog niet over heeft uitgelaten en het bovendien alleen gaat om een doorstart die heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van de WWZ kan het voor doorstarters de moeite waard zijn om wel een beroep te doen op deze uitspraak als een werknemer hen vraagt om een hogere transitievergoeding of langere opzegtermijn bij beëindiging van het dienstverband. Toch een klein lichtpuntje voor de doorstarter die zijn nek heeft uitgestoken.