Werkgever aansprakelijk voor val werknemer over een eigen deurmat?

Anetta Volkerink 22 oktober 2014 door Anetta Volkerink-de Boer

Een werknemer wordt begin mei 2006 tijdens zijn werk als heftruckchauffeur aangereden op de werkvloer. Hij heeft bij dit arbeidsongeval vier gebroken tenen opgelopen en loopt daardoor moeilijk. De aansprakelijkheid van de werkgever voor dit ongeval staat vast.

Nadat de werknemer eind juni 2006 voor het eerst weer op de heftruck had gewerkt, is hij thuis gestruikeld over een deurmat. Het resultaat daarvan was ernstig knieletsel.

De werknemer vindt dat de werkgever ook voor de gevolgen van het knieletsel aansprakelijk is omdat volgens hem het knieletsel het gevolg is van het voetletsel. De werknemer ondervond namelijk nog steeds last aan de betreffende voet. Hij stelde dat de pijn en de last aan het einde van die eerste werkdag ook weer erger waren geworden en dat hij daardoor was gevallen.

De werkgever stelde zich op het standpunt dat hij voor het knieletsel en de gevolgen daarvan niet aansprakelijk gehouden kon worden omdat de val thuis gebeurde over de eigen deurmat. De daaruit voortvloeiende schade moest voor eigen rekening van de werknemer komen. Een procedure volgt.

Het Hof geeft de werkgever gelijk. Het Hof oordeelde dat er weliswaar verband bestond tussen de val over de deurmat en het bedrijfsongeluk, maar vond toch dat het tweede ongeval niet aan de werkgever kon worden toegerekend. Het tweede ongeval stond te ver af van het oorspronkelijke arbeidsgerelateerde letsel en vloeit niet voort uit “een (noodzaak tot) behandeling van dat laatste letsel”. Ook vond het Hof dat het knieletsel niet is veroorzaakt door de krukken waarvan de werknemer zich moest bedienen als gevolg van het arbeidsongeval. En ten slotte oordeelde het hof dat de huiselijke valpartij naar ervaringsregels niet als “voorzienbaar gevolg” van het arbeidsongeval was te beschouwen. De werkgever kon dus niet aansprakelijk gehouden worden voor het knieletsel, aldus het Hof.

Deze redenering van het Hof werd door de Hoge Raad in zijn arrest van 3 oktober jl. niet gehonoreerd. De Hoge Raad meent dat alleen al uit de vaststelling dat er nog steeds sprake was van letsel aan de voet, waarvan de klachten na de eerste werkdag bovendien weer waren verergerd, en er dus sprake was van iemand die gehinderd werd bij het lopen, al volgt dat niet geoordeeld kan worden dat er een te ver verwijderd verband is tussen het voetletsel en het knieletsel als gevolg van de val over de deurmat. De Hoge Raad verwijst de zaak voor een hernieuwde beoordeling terug naar het Hof. Zeer waarschijnlijk is dat de werkgever binnenkort ook aansprakelijk geoordeeld zal worden voor de gevolgen van het knieletsel.

Wilt u meer weten neemt u dan contact op met mevrouw mr. A. Volkerink (055 526 2020).