De omgevingswet per 1 januari: dit moet je weten

Na jaren van uitstel staat de invoering van de Omgevingswet gepland op 1 januari 2024. Op die datum zullen 26 wetten, 4700 wetsartikelen, 120 algemene maatregelen van bestuur en nog talloze andere ministeriële regelingen allemaal worden samengevoegd in één wet en vier AMvB’s. Wat betekenen deze veranderingen voor jou als ondernemer?

Overgang naar het nieuwe stelsel

Als de activiteiten van je onderneming op dit moment voldoen aan de geldende regelgeving, dan krijg je op 1 januari niet opeens te maken met andere wettelijke eisen. De Invoeringswet en het Invoeringsbesluit moeten zorgen voor geleidelijke overgang naar het nieuwe stelsel. Onherroepelijke omgevingsvergunningen gelden van rechtswege als omgevingsvergunning onder de Omgevingswet. Bestemmingsplannen gaan van rechtswege deel uitmaken van het tijdelijke omgevingsplan. Voor lopende vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures geldt dat deze onder het oude recht worden afgewikkeld als ze voor 1 januari 2024 zijn ingediend of ter inzage zijn gelegd.

Nieuwe projecten

Voor nieuwe projecten is het goed om te letten op de beslistermijnen. Onder de Omgevingswet is het uitgangspunt bij het verlenen van omgevingsvergunningen dat de reguliere procedure wordt gevolgd. Het gevolg is dat de beslistermijn in beginsel 8 weken betreft, daar waar dat in de oude situatie vaak 26 weken betrof. De toepassing van de uitgebreide procedure blijft beperkt tot een ‘activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben op de fysieke leefomgeving’ en ‘waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen hebben’. Het is afwachten hoe deze open normen in de praktijk door gemeenten zullen worden ingevuld. Dit betekent dat het voortraject van een omgevingsvergunning steeds belangrijker wordt.

Let op: het overschrijden van de (reguliere) beslistermijn leidt onder de Omgevingswet niet meer automatisch tot het verlenen van de vergunning. Deze regel keert niet terug in de Omgevingswet.

Eén Omgevingsplan

Waar er nu vaak meerdere bestemmingsplannen gelden op het grondgebied van een gemeente, zal dat onder de Omgevingswet worden samengevoegd in één Omgevingsplan. Bovendien zullen in het Omgevingsplan veel meer aspecten van de fysieke leefomgeving aan de orde komen dan nu in het bestemmingsplan het geval is. Volgens artikel 1.2 van de Omgevingswet gaat het bij de fysieke leefomgeving onder meer om bouwwerken, lucht, bodem en water. Deze aspecten zijn in het oude stelsel in diverse losse wetten geregeld. Het Omgevingsplan heeft daarmee een bredere reikwijdte dan het huidige bestemmingsplan.

Gemeenten krijgen in het Omgevingsplan veel ruimte om met algemene regels en meldingsplichten meer flexibiliteit en afwegingsruimte te creëren. Deze flexibiliteit biedt mogelijk kansen voor jou als ondernemer.

Participatie

Vroegtijdig informeren en samenwerking met alle omwonenden en andere belanghebbenden is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet is de aanvrager van een omgevingsvergunning in een aantal gevallen zelf verantwoordelijk voor de participatie van de belanghebbenden bij de besluitvorming van het project.

Er is veel vrijheid om te bepalen op welke manier je als aanvrager de participatie vormgeeft. Dat is ook logisch, omdat ieder project een andere locatie, andere betrokkenen en dus ook een eigen manier van participatie vergt. Als aanvrager moet je aangeven of, en zo ja hoe, je je omgeving betrokken hebt bij jouw plan en wat de resultaten hiervan zijn.

Gelijktijdige invoering andere wetten

Tegelijkertijd met de invoering van de Omgevingswet vinden er ook andere wettelijke veranderingen plaats. Zo wordt ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen op 1 januari 2024 (deels) van kracht. Deze wet brengt onder meer ingrijpende veranderingen met zich mee wat betreft de aansprakelijkheid van een aannemer en de toezicht op de uitvoering van bouwprojecten. De beide wetten worden gelijktijdig ingevoerd, omdat ze in belangrijke mate op elkaar zijn ingericht.

Zorgen over invoering

De invoering van de Omgevingswet De Eerste Kamer heeft op 31 oktober een motie aangenomen die stelt dat het Digitaal Stelsel Omgevingswet en het juridische stelsel van de Omgevingswet nog steeds te grote uitvoeringsproblemen kennen om op 1 januari over te gaan tot invoering. Minister De Jonge gaf in reactie aan dat hij de motie niet kan en wil uitvoeren. Volgens hem is het wetgevingsproces afgerond en kan deze stemming niet worden herroepen. Bovendien werd door tegenstanders van de motie gesteld dat gemeenten, provincies en waterschappen hebben aangegeven het wel werkbaar te vinden. Dit betekent dat op 1 januari 2024 de Omgevingswet vooralsnog in werking zal treden, maar het definitieve antwoord op deze vraag zal in de komende weken duidelijk moeten worden.

Heb je in aanloop naar 1 januari of na het verstrijken van deze datum vragen over de invoering van de Omgevingswet, dan staan onze bestuurs- en omgevingsrecht-specialisten voor je klaar om ze te beantwoorden.